De Merel (Turdus merula)

Mannetjesmerel - Foto: © Jan Moesen
merelnest - nl.wikipedia.org
Familie De merel heeft redelijk veel familie hier in Nederland, zowel bekende als onbekende vogels. De grote lijster (Turdus viscivorus) en vooral de zanglijster (Turdus philomelos) zijn bij de meeste van ons toch wel bekend. Maar soorten als de koperwiek (Turdus iliacus) en kramsvogel (Turdus pilaris) zijn toch een stuk onbekender. Een vogel die hier alleen maar langstrekt is de beflijster (Turdus torquatus), een merel met een witte borstrand.
Kenmerken Het mannetje zullen weinig mensen niet kennen: die zwarte vogel met feloranje snavel en poten. Het mannetje is inderdaad helemaal zwart, met oranje snavel en poten en heeft een oranje ringetje om zijn ogen.
Het vrouwtje is echter minder bekend en niet altijd even duidelijk te herkennen. Ze is variabel gekleurd, van rood- tot grijsachtig donkerbruin. Ook is ze op de borst en op de keel meestal wat lichter gekleurd en dat geeft nogal eens verwarring, want daarmee lijkt ze niet zo meer op het mannetje (die geen lichtere stukken heeft).
Eten De merel eet voornamelijk wormen, slakken en insekten, maar ook een aantal bessen en vruchten kan de merel niet weerstaan. De merel is ook een echte 'vogelhuis-vogel'. Naast de huismus (Passer domesticus) is de merel in de winter bijna altijd wel te zien.
Geluid De merel is een echte lijster en laat dit ook horen door luid en helder zijn lied te zingen. Het bestaat uit een duidelijk gearticuleerd eerste deel met heldere fluittonen en een kwetternd tweede deel.
Bij het opvliegen laat de merel een smakkend tjak horen dat overgaat in een metaalachtige schreeuw. Ook laat hij een hoog, snijdend en langgerekt srie horen.
Details
  Turdus merula Spanwijdte: 34-38,5 cm
Nederlands Merel Lengte: 24/25 cm
Engels Blackbird Gewicht: 80-110 g
Frans Merle noir Aantal: 900.000 tot 1200.000 broedparen (1998-2000)
Duits Amsel Periode: hele jaar
Nest In het voorjaar bouwt het vrouwetje grotendeels het nest: een diepe kom van droog gras en met met een zachte binnenkant van modder en zachte plantenresten. Daarin legt zij 2 tot 4 keer per jaar 3 tot 5 eieren (meestal 4). De eieren zijn blauwgroenig en hebben geel- of roodbruine vlekken. Ze worden in 12 à 15 dagen uitgebroedt. Het nest bevindt zich bijna nooit in bomen en struiken boven de 2 meter.
De stadsmerel kan meer eten vinden en heeft dan ook meer legsels (3 of 4) dan de bosmerel (meestal 2).
Gedrag De merel is hier in Nederland een echte standvogel.
Versie 2.2 © Niets van deze site mag letterlijk, zonder toestemming van de auteur, worden gebruikt of verspreid worden. Dit geldt ook voor de afbeeldingen.